ruumèer de, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe Zuid
  1. schoonsel uit de sloot

    Wij gooiden de ruumèer in het schaophok (Sleen)

    De ruumeerde weur vrogger in een bult zet. Dan kwam er nog wat roege mest deur oet de kalverstallen. (Eext)

    Die ruumèerde mut onder de varkens strèeid worden (Geesbrug)

    Zie ook:

Zoek meer voorbeeldzinnen...