verzinnen overgankelijk, sterk, werkwoord
  1. verzinnen

    Snap ie, hoe hij die smoesies verzinnen kan? (Ruinerwold)

    Hoe kunt ze zoks nou verzinnen!

    Daor moet wij wal wat op verzinnen (Zwinderen)

    Hij hef dat allemaol verzunnen (Westerbork)

    Zie ook:

Zoek meer voorbeeldzinnen...