wintervoor I het
  1. voor, die de winter over blijft liggen en niet meer wordt bewerkt

    Bij harfstdag geeit het laand op de wintervoor (Eext)

    De wintervaore is hier schol eploegd (Ruinerwold)

    diep eploegd (Wapserveen)

    As het laand op de wintervoor lig, kan de grond goed deurvriezen (Weerdinge)

    Zie ook:

Zoek meer voorbeeldzinnen...