U zocht voorbeeldzinnen met daarin "zette"
Resultaten 21 - 40 van 47
- naozetten: De hond zette de haeze nao (Smilde)
- ofdruprek: ...toen ze het leste koppien op het ofdruprekkien zette
- opgeven: Ik geve het nooit op, ik zette deur (Meppel)
- opschoefraam: 's Zomers zette wij het horregie onder het opschoefraam (Fluitenberg)
- opzetten: Hie zette grote ogen op (Odoorn)
- opzetten: Hij zette een grote bek op (Ruinen)
- opzetten: As het zuk ruzig weer blef, zette wij de koenen op (Ruinerwold)
- opzetten: Dat is zo'n mooi kostiempie, die zette wij veur de winter op (Hijken)
- plaat: Doe zette zie de plaat aansum
- pottienstuiten: Pottienstuiten. Degien, die gung stuiten, num bijv. 2 knikkers in de haand. De tegenspeuler zette de (Mantinge)
- pul: Hij zette de pullen in de fietskarre en trapte zachiesan op huus an (Hoogeveen)
- regenkappien: As het regent, zette wij het regenkappie op (Ruinen)
- roes II: Zie zette een roeselie op het kört mouwgie van heur jurk (Eext)
- scheur: Hij zette een grote scheur op
- schut II: Hij zette hum mooi veur schut (Hoogeveen)
- schuurbaander: Hij zette de schuurbaander, ...poortenbaander wied lös (Sleen)
- sok I: Hij zette de sokken der in
- stiendergat: Ik zag een diep stiendergat en zette mij (...) op de raand van het gat
- strèeiingbult: Lamert zette de vörk veur zuk in de strèeiingbult
- striekriem: De scheerbaos zette het mes an op de striekreime (Barger Compascuum)