U zocht voorbeeldzinnen met daarin "smid"
Resultaten 41 - 60 van 64
- opleggen: As de punt van een ploegmes kepot is, dan legt de smid der een stuk op (Sleen)
- opleiden: De smid mus die jong nog opleiden (Rolde)
- oproefsel: Ik hebbe een blikkie umme de klompe laoten zetten bij de smid, want het oproefsel was er of (Elim)
- peerderib: Vrogger meuk de smid bij oes zulf de scheuvels; det waren peerderibben (Koekange)
- ploegiezer: De smid mot mij het ploegiezer even oethouwen (Borger)
- ploegiezer: Vrogger gung ie naor de smid um het ploegiezer op te leggen (Noordscheschut)
- reken I: Hier is de reken, zee de smid (Dalen)
- rong: De wagen mot hen de smid, met de bovenvracht is de rong zet (Borger)
- schol III: Het peerd is arg schol, de smid hef hum raakt in de kroen (Padhuis)
- schootvel: As de smid pèerdeiezers gung maken, haar e altied een lèren schootsvel vèur (Beilen)
- smeden: De smid was drok an het smeden, de vonken sprungen in 't ronde (Oosterhesselen)
- smid: Een kaolde smid komp in de hel
- spitschoffel: De smid muik zölf spitschoffels (Roderwolde)
- sternen: Een aolde smid oet Aalden zee: Pas op, het verbraandt je, het sternt al. Dat was bij het wellen van (Sleen)
- test: De smid meuk ook wel een teste (Ruinen)
- trekken: Je zait hier de smid gien houp meer trekken
- uutsmeden: Het platmes van de ploeg mus ie elk jaor uut laoten smeden bij de smid (De Wijk)
- vernageln: In de oorlog vernagelde de smid de peerden soms expres; dan wolden de Duutsers ze nich hebben (Barger Oosterveld)
- veurschoot: De smid har een leren veurschoet (Balloo)
- wagenknecht: De waogenknecht is bij de smid (Grolloo)