U zocht voorbeeldzinnen met daarin "zuchten"
Resultaten 1 - 4 van 4
- flikkertiesaovend: Zundag veur 't gaanzemark, dan was het flikkertiesaovend, dan zuchten de jongs die gien vaste verker
- pengel I: Aj brandholt muken, zuchten ij de aander dag de pengelties op um de kachel an te maken (Sleen)
- zuchten: Ik mus er van zuchten; zo zwaor vul mij dat (Odoorn)
- zuchten: Bij de dokter moej soms deeip zuchten (Gieten)