gestopt bijvoeglijk naamwoord
  1. goed gebouwd, mooi van vorm, gedrongen

    Een goeie gestopte koe (Sleen)

    Een gestopt biesien is wat körtachtig, wat vleisachtig, kört en bried (Zuidwolde)

    Dat beesien was een beetien te gestopt (Vledder)

    Gesleuten of gestopt wordt meer gebruukt bij koeien as bij peerden (Coevorden)

    Zie ook:

Zoek meer voorbeeldzinnen...