stop I de, Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidwest-Drenthe

Ook: stoppe (Midden-Drenthe), (Zuidwest-Drenthe)

  1. stop

    Dei tonne is lek bie de stoppe (Barger Oosterveld)

    Een krafte, daor zat vaeke een mooie stoppe op (Wapserveen)

    De hals weur ofsleuten deur een geslepen stoppe (Smilde)

    Zie ook:
  2. prop om kruid mee vast te stampen

    *Beter een maal stop as een mooi gat (Anderen)

    Beter een mooie stoppe as een lillijk gat (Wapse)

    Bron: H. Molema, Proeve van een woordenboek van de Drentsche volkstaal in de 19e eeuw. MS UB Groningen Zie ook:

Zoek meer voorbeeldzinnen...